Chinezen met een splaakgeblek en Hollanders op klompen


Foto: Freepik


Samson en Gert was mijn favoriete programma als kind. Het inspireerde me om snel mijn huiswerk te maken zodat ik op tijd voor de tv kon zitten – en om af en toe te checken of mijn hond echt niet kon praten. Maar achteraf gezien bevatte de serie toch een paar problematische levenslessen. Denk maar aan de aflevering waarin onze helden een tunnel graven “naar de andere kant van de wereld” en terechtkomen in China, waar iedereen Nederlands spreekt met een splaakgeblek. Een andere aflevering linkte een zwarte huid aan kannibalisme. Als kind leek het onschuldig vermaak, nu veel minder. Hoe gaan kinderen om met zo’n stereotiepe beelden van andere culturen?


Joy Verstichele schreef tijdens zijn master Politieke Communicatie aan de Universiteit Antwerpen in 2012 een thesis over beeldvorming van andere culturen. “Ik onderzocht op welke manier etnisch-culturele diversiteit in beeld wordt gebracht bij kinderprogramma’s. Voor mijn onderzoek binnen fictiereeksen keek ik zelf een hoop afleveringen. Ik koos programma’s die tussen vier en acht uur ’s avonds werden uitgezonden, want dan kijken de meeste kinderen tv. En het waren allemaal programma’s met een Vlaamse oorsprong, niet zomaar ondertitelde series uit Amerika.” Verstichele bekeek onder anderen Hallo K3! (2010- ), Samson en Gert (1990- ), Booh! (2005-2008) en W817 (1999-2003). Zijn onderzoek toonde aan dat we diversiteit nog te sterk negeren in kinderprogramma’s.


NEGEREN EN STEREOTYPEREN

In kinderreeksen komen bijna geen culturele thema’s aan bod. We horen wel eens dat een personage een andere culturele achtergrond heeft, maar wat hen zo verschillend maakt, weten we niet. “Dat kan zijn omdat fictieve series maar een beperkt aantal verhaallijnen gebruiken. Maar het valt op dat cultuurverschillen geen enkele keer centraal staan in het gesprek.” Culturele verschillen krijgen meestal geen aandacht en wanneer dat wel zo is, haalt het “diverse” personage dat zelf nooit aan. “Wanneer het verschil wordt aangehaald, gebeurt dat vaak door een personage uit de dominante cultuur, vaak zelfs in uiterst negatieve context.” Culturele minderheden krijgen geregeld zelfs een etiket opgekleefd als belediging. Zo noemen verschillende personages in Booh! de spaanse Don Carlos regelmatig ‘Spaanse mossel’, zowel achter zijn rug als wanneer hij erbij staat.


Bij personages met een andere culturele achtergrond lag ook opvallend veel nadruk op hun taal. “Zo worden ze systematisch onderscheiden van de andere personages en is de culturele identiteit altijd sluimerend aanwezig. De taal is karikaturaal – een verbasterd Nederlands met accenten en foute zinsconstructies. Zo toont men het verschil in taal maar blijft de boodschap begrijpelijk voor de kinderen.” Von Geisteren, een Duits personage uit de reeks Booh! spreekt bijvoorbeeld met een heel zwaar accent en gebruikt Duitse stopwoorden.


“Kinderen van de culturele meerderheid krijgen foute opvattingen over de sociologische realiteit. En kinderen uit de culturele minderheid voelen zich niet begrepen en soms zelfs geridiculiseerd.”

Ook nationaliteit wordt heel erg gestereotypeerd. Zo komt het personage Zoë uit W817 na een tijd in Nederland thuis met een nieuw lief dat ze daar leerde kennen. Hij wordt afgebeeld met klompen, draagt een overall met een rood-wit boerensjaaltje en op de achtergrond speelt accordeonmuziek. Alle stereotypen over Nederlanders worden op een hoopje gegooid en schetsen een onrealistisch beeld. “Dat leidt tot een karikaturaal beeld bij de kinderen. Zij krijgen onbewust beelden mee die minstens voor een deel losstaan van de werkelijkheid.” En dat heeft belangrijke gevolgen voor de kijkers. “Kinderen van de culturele meerderheid krijgen zo foute opvattingen over de sociologische realiteit. En kinderen uit de culturele minderheid voelen zich niet begrepen en soms zelfs geridiculiseerd.”



Foto: Freepik


Verder komt culturele identiteit bijna altijd op een stereotiepe manier naar voor. “Er wordt een beeld gecreëerd vol uitvergrotingen en overdrijvingen. En dat gebeurt bijna altijd in dezelfde richting, vaak volledig los van de realiteit.” Zo moet Jonas, het hoofdpersonage in Booh!, op de baby van een zigeunerkoppel passen. De zigeuners zelf komen niet in beeld, maar wat over hen gezegd wordt is heel eenzijdig en stereotiep. Ze zijn luid en kunnen zelf niet voor hun baby zorgen. Verder betalen ze Jonas voor zijn diensten als babysitter met een kapotte gitaar. Daarmee wordt een beeld geschetst dat zigeuners nog aan ruilhandel doen en geen geld hebben of kennen.


In zijn onderzoek ging Verstichele ook op zoek naar goede voorbeelden van interculturaliteit, maar vond er weinig. “Er waren heel veel voorbeelden van stereotypebevestigende omgangsvormen.” Zo bespreekt hij in zijn thesis een fragment uit de begingeneriek van Samson en Gert. Daarin dansen drie zwart geschminkte personen rond een ketel waarin Alberto zit. Een duidelijke verwijzing naar kannibalisme. “Dat beeld staat zo ver van de realiteit af dat het onzinnig lijkt, maar kinderen worden elke dag opnieuw geconfronteerd met dergelijke beelden van personen met een donkere huidskleur.” Vooral omdat het beeld in de begingeneriek volledig zonder context wordt getoond, is het enorm schadelijk. Ontkrachting van de stereotypen kwam bijna niet voor.


In alle programma’s die Verstichele bekeek, vond hij maar vier positieve voorbeelden van interculturaliteit. Dat wil zeggen, voorbeelden die bijdragen aan het actief verbeteren van de kennis en omgang met elkaar. “Een goed voorbeeld erkent het verschil tussen culturen op een positieve, respectvolle manier.” Zo zong K3 het liedje Alle Kleuren in hun programma De Wereld van K3 (2003-2013). Daarin zingen ze: “is je huid donkerder of bleker dan de mijne, laat ons proberen elkaar niet te vermijden” en “zou het niet beter zijn als wij voortaan verdraagzaam zijn?” Een mooie boodschap, die zelden terugkwam in de andere televisieprogramma’s.


(ASSIMI)LEREN

Dat moet veranderen. Waarom? Omdat wat je op televisie ziet, je beeld van de wereld bepaalt. “Er is socialisatie, zeker bij kinderen van zes tot twaalf jaar.” Kinderen internaliseren bewust en onbewust de waarden en normen die ze om zich heen zien. “Ik heb die impact zelf niet gemeten in mijn onderzoek, maar er zijn veel andere studies die dat aantonen.” Volgens onderzoek van de Franse sociologe Dominique Pasquier, bijvoorbeeld, gebruiken kinderen series om achter hun eigen positie te komen ten opzichte van maatschappelijke thema’s of morele waarden. Greg Philo, research director van de Glasgow University Media Unit en journalist voor The Guardian toonde aan dat media een belangrijke rol spelen in de promotie en ontwikkeling van sociale waarden bij kinderen. De personages in kinderseries zijn hun rolmodellen en wat zij doen, is juist. Verstichele: “Wat je in de media ziet, kan je als realiteit ervaren. Volwassenen kunnen die beelden vaak nog toetsen aan hun eigen werkelijkheid maar kinderen hebben niet zo’n uitgebreid referentiekader. De invloed van de media is voor hen dus vaak nog groter.”


"Wat je in de media ziet, kan je als realiteit ervaren. Volwassenen kunnen die beelden vaak nog toetsen aan hun eigen werkelijkheid, kinderen niet."

Noah Berlatsky, journalist voor onder andere The Atlantic en The Guardian, schreef in The Pacific Standard een stuk over impliciet racisme in kinderliteratuur en kinderentertainment in het algemeen. Daarin legt hij uit dat er zoiets is als implicit bias: stereotypen en reacties tegenover mensen van kleur waar witte mensen zich niet per se bewust van zijn. Die zorgen ervoor dat we ons anders gedragen tegenover mensen van kleur dan tegenover witte mensen. En dat kan een voedingsbodem zijn voor racistische opvattingen. Een manier om implicit bias tegen te gaan, is door de-stereotypering: minderheden tonen in een normale, realistische context zodat ze niet gezien worden als ‘de andere’. En daarin kan kinderentertainment een belangrijke rol spelen. Door mensen van kleur te tonen op een realistische manier, gaan witte kinderen hen beter begrijpen en neemt hun implicit bias af.


Vraagt de superdiverse samenleving waarin we leven niet om superdiverse kinderprogramma’s? Verstichele: “Superdiversiteit is een feit. Een ongelooflijk aantal mensen met een ongelooflijk aantal verschillende achtergronden leeft samen in Vlaanderen. Die realiteit ontkennen, is absurd.” Het is dan ook bizar om culturele verschillen te negeren, zoals in kinderprogramma’s vaak gebeurt. “Als je wil dat mensen samenleven en elkaar respecteren, moet je niet doen alsof we allemaal gelijk zijn, want er zijn ook verschillen. Dat negeren, of het als probleem voorstellen helpt ons niet verder. De tijden waarin een minderheid zich maar moet inpassen in een meerderheid zijn voorbijgestreefd. Het is te eenvoudig om assimilatie te verwachten van minderheden zonder dat de culturele meerderheid hen een eerlijke kans geeft.” Die verschillen moeten we zien in de media – zeker in media voor kinderen. “Als kinderen geen verschil zien in de media, maar wel in hun dagelijkse realiteit, dan komen die verschillen vreemd over. Wanneer die culturele verschillen op een positieve manier in de media zouden komen, dan zouden ze vanzelf een normaliteit worden.” En dat leidt tot meer verdraagzaamheid en begrip bij het publiek.


VERANDERING

Het onderzoek van Verstichele is ondertussen al zes jaar oud en in die tijd is er redelijk wat veranderd. Discussies over racisme en beeldvorming hebben gezorgd dat er meer aandacht voor is in kinderentertainment. Zo is Zwarte Piet in de Sinterklaasfilm Ay Ramon! (2015) van Studio 100 geen man met blackface maar een duidelijk witte man met roetvegen, zijn afrokapsel is vervangen door lossere krullen en hij draagt slavenoorbellen meer. Maar in diezelfde film blijkt dat er nog werk aan de winkel is: het Spaanse personage Ramon kan onmogelijk stereotieper en wordt vertolkt door Pieter Embrechts in brownface. Als je begrijpt waarom blackface niet oké is, zou je ook moeten begrijpen dat brownface evenmin door de beugel kan. Hierdoor lijkt het alsof de makers Zwarte Piet niet hebben aangepast omdat ze de racistische achtergrond begrijpen maar om mogelijke kritiek te omzeilen.


"Zelfs als er nu meer aandacht is voor diversiteit, gaat dat een beetje verloren als er nog steeds herhalingen zijn waarin die strategie niet toegepast is."

Verder zien we op kinderzenders nog veel herhalingen van oude tv-programma’s. En dat doet het goede werk in nieuwe programma’s een beetje teniet, volgens Verstichele. “Zelfs als er nu meer aandacht is voor diversiteit, gaat dat een beetje verloren als er nog steeds herhalingen zijn waarin die strategie niet toegepast is. Dan gaan die negatieve effecten langzamer uitvlakken. Dus het is niet zo dat dat van vandaag op morgen volledig gaat veranderen.”


Maar verandering, die komt er. Dat zien we onder andere aan het populaire Ketnetprogramma D5R (2014- ). Daarin volgen we een groepje middelbare scholieren uit Vilvoorde. Het programma lijkt heel goed om te gaan met etnisch-culturele diversiteit. Zo is Vincent, één van de vijf hoofdpersonages, een geadopteerde jongen geboren in Congo. In de serie is zijn culturele identiteit nooit het belangrijkste aan hem, maar wordt het ook niet genegeerd. In het derde seizoen gaat hij op reis naar Congo om op zoek te gaan naar zijn biologische ouders en meer over zichzelf te weten te komen. Maar Vincent is ook de verlegen creatieveling van de groep. Hij is de jongen met het heerlijke gevoel voor humor, die verliefd wordt op zijn beste vriend en daarmee in de knoop zit.


Ook Leyla, een ander hoofdpersonage, heeft een andere culturele achtergrond dan de rest van de vriendengroep. Zij is de dochter van Turkse ouders, die wel gelovig zijn maar niet heel streng alle islamregels volgen. Zo vinden ze het oké dat Leyla ervoor kiest om geen hoofddoek te dragen. Maar wanneer ze een relatie krijgt met een jongen die geen moslim is, maakt haar strenggelovige broer daar wel een probleem van. Naast die verhaallijnen, is Leyla ook gewoon een meisje met een enorm gevoel voor rechtvaardigheid dat wel eens last heeft van examenstress.


Wat deze serie zo goed doet, is deze personages afbeelden als “gewone” tieners zonder hun etnisch-culturele achtergrond daarbij te negeren of te stereotyperen. Zo geeft het programma kinderen met andere cultuur een personage om zich mee te identificeren – en kunnen die kinderen zien dat zij de held van het verhaal kunnen zijn. En minstens even belangrijk: het geeft de kinderen uit de dominante cultuur een realistisch beeld van de sociologische realiteit. Dat brengt meer begrip met zich mee – en dat kan alleen maar positief zijn.

© 2020 IMAGE