Ik ben Vietnamees, en ik versta u.

Het is niet op twee of tien handen te tellen hoe vaak mensen mij naroepen op straat, en dan vooral ’s nachts. Neen, ik ga niet de feministische of anti-seksistische toer op, het gaat mij deze keer zelfs niet om opmerkingen van ‘hey meisje’ of ‘mag ik uw nummer’, maar wel over hersenloze opmerkingen à la ‘haha, ne spleetoog’ ‘kijk, ne Chinees’ ‘voor mij bami goreng nummer 23.’ Dit gezever moet voor eens en altijd gedaan zijn. Ik ben maar een miniscuul deeltje van een groot geheel, maar mondig genoeg en wie weet helpen mijn journalistieke schrijfskills (die nog niet on point zijn, maar bon) me al wat op pad.


Ik heb geprobeerd, jarenlang, om me er niet in op te fokken. Maar ik ben het zodanig beu dat ik het van me af moet schrijven. Schrijven is mijn therapie en uitlaatklep. Het is twee uur ’s nachts, ik kom van een kotfeestje bij vriendinnen en zou al lang in mijn bed moeten liggen, maar door de adrenaline moest ik dit nog even doen.


Je zou het niet denken, zo in 2017, maar om één of andere vreemde reden vinden veel mensen het nodig om mij te herinneren aan mijn uiterlijke eigenschappen. Ik ben geboren in Vietnam, geadopteerd toen ik een baby van vier maanden was en vanbinnen 1000% Belg. Mijn ouders heten Dirk en Annick, ikzelf heet Lisa Smets en ik woon in het oervlaamse dorp Huldenberg en zit op kot in Leuven en op school in Mechelen. Ik zie er Aziatisch uit, maar eigenlijk zou ik zelf bijna vergeten dat ik er niet uitzie zoals ‘de rest.’ Maar wie zijn ‘de rest’ eigenlijk? Denken we intussen niet wat verder als dat? En dan nog, zelfs al was ik wél geboren in Azië en had ik zelfs nog mijn naam van daar, of zelfs al was ik wél puur Aziatisch. Who the fuck cares? Ik roep ook niet elke Belg, zwarte, Roemeen of Spanjaard na om die persoon te herinneren aan zijn/haar identiteit?


Ik kan zo veel voorbeelden geven. Bij het uitgaan vijftigjarige kerels, leeftijd van mijn papa, die onder elkaar zeggen ‘zou ze aan massages met happy ending doen’, wel voor u niet nee, vetzak. Terrasjes met jongeren die onderling zeggen ‘kijk, ne spleetoog.’  En bijna élke keer als ik alleen een bruin café passeer hoor ik mompelen ‘alee ze, weer ne Chintok.’ Of nu net, een half uur geleden. Ik wandelde door de Diestsestraat naar mijn kot en drie jongens van mijn leeftijd riepen ‘hallo kroket, ni slecht’ gevolgd door ‘haha alee, das wel ne Chinees he.’ Ze fietsten te snel door, dus ik kreeg niet meer de kans om te antwoorden maar ik probeer dit zo veel mogelijk wél te doen. Vorige week, na enkele glazen wijn, heb ik voor het allereerst in mijn leven een meisje een mep gegeven. Iedereen in het danscafé duwde elkaar, ik botste er perongeluk tegen en ze zei geïrriteerd tegen haar vriendinnen ‘owje, die Chinees duwt mij.’ Die zin werkte als een rode lap op een stier. Ik zei dat ik een Vietnamees was (want ja, er is een verschil. En neen, dat is niet één pot nat), dat ik zelf geduwd werd en dat ze best gewoon zweeg. Fysiek geweld is uiteraard nooit de oplossing, maar zulke opmerkingen maken mij gewoon zo woedend.


Al kan ik slechts één tunneldenkende, conservatieve, achterlijke mens bekeren met dit blogbericht. Al bereik ik er één persoon mee die vanaf nu twee keer gaat nadenken: dat is al voldoende voor mij. Ik wil maar één ding meegeven: please don’t. Ik roep toch ook niet bij elke blanke die ik passeer ‘kijk, een Belg.’

Dag en bedankt.


Dit artikel verscheen eerder op mijn eigen blog.

© 2020 IMAGE