Markeert Black Panther het definitieve einde van 'black dude dies first'?

Darwin should have lived. Nee, ik heb het niet over de grondlegger van de evolutietheorie, maar over een personage uit het Marvel-universum. In X-Men: First Class (2011) heeft Darwin een unieke superkracht waardoor zijn lichaam zich aan elke omgeving of situatie aanpast, wat hem in theorie onsterfelijk maakt. Toch was dit de enige keer dat acteur Edi Gathegi de rol mocht opnemen. Van Darwin tot koning T’Challa, hoe vergaat het superhelden van kleur in Hollywood?


Minuut 47. Darwin wordt in X-Men: First Class voor het eerst geïntroduceerd. Hij demonstreert aan mede-mutanten zijn superkracht door zijn hoofd in een aquarium te steken. Meteen groeien er kieuwen aan Darwins gezicht, die direct weer verdwijnen zodra hij boven water komt.


Minuut 68. Bekend bij het publiek als de onverwoestbare beschermer, is Darwin slechts 163 seconden effectief in beeld te zien. Aan al dat evolueren komt in zijn eerste gevecht abrupt een einde. Darwin verzilvert, versteent, lijkt tot as gereduceerd te worden en implodeert uiteindelijk als een soort supernova. Gedaan met aanpassen, zo blijkt. Bij de release van X-Men: First Class in 2011 kwam er heel wat protest van het publiek op de enige grote karakterdood van de film. Hoe kon het dat een superheld die technisch gezien alles zou moeten overleven, stierf in zijn eerste gevecht?

Ook op Twitter valt de keuze om Darwin te laten sterven na zeven jaar nog steeds niet in goede aarde.

BLACK DUDE DIES FIRST

Een typisch geval van racisme in Hollywood, volgens velen. Zwarte personages zijn door de jaren heen zo verwaarloosd dat er een hele trope rond ontstaan is: black dude dies first. Vooral in horror- en thrillerfilms bijt het enige personage van kleur vaak als eerste in het stof. The Shining, Heat, Full Metal Jacket, Scream 2, Apocalypse Now,… het zijn maar enkele voorbeelden waarin een (en meestal het enige) zwart personage het einde niet haalt. In meerdere Scary Movie-films, de ultieme horrorparodieën, lampshaden ze de trope. Dat is het aankaarten van een probleem in het plot zonder er effectief iets aan te veranderen. In Scary Movie 2, bijvoorbeeld, zijn de zwarte personages bang om als eerste vermoord te worden omdat ze weten dat de witte mensen de film wel zullen overleven. Wanneer ze “we gonna die, y’all” jammeren, brengt dit een lach bij het publiek teweeg, maar hoe dan ook sterven de personages nog steeds.


“In The Walking Dead wordt 70% van de zwarte personages vermoord, waardoor er nooit meer dan 2 zwarte personages tegelijk meespelen.”

Als we specifiek naar het sci-fi- en superheldengenre kijken, zien we hetzelfde probleem terugkeren. In oude én nieuwe Star Trek-films sterven de zwarte personages altijd als eerste, net als in The Hunger Games, Fantastic Four en Chronicle. In de tv-serie The Walking Dead wordt maar liefst 70% van de zwarte personages vermoord, waardoor er nooit meer dan twee zwarte personages tegelijk meespelen in het verhaal. Hun rol is niet altijd even belangrijk, maar voor shockeffect worden ze toch afgevoerd.


In Hollywood, en in het bijzonder in het superheldengenre, leken regisseurs jarenlang het hokje ‘persoon van kleur’ af te vinken als een verplicht nummertje. Als er een acteur van kleur in de film zat, dan was het goed, hoe kort, stereotiep of oppervlakkig de rol ook was. Met als resultaat dat een heel groot deel van de bioscoopgangers zich nooit herkende in films. Dankzij activisten, opiniemakers en hashtags zoals #OscarsSoWhite kan Hollywood er echter niet meer omheen: hoe zwarte acteurs en superhelden behandeld worden moet hoger op de agenda van Marvel en DC Comics staan. En meteen alle andere filmstudio’s erbij.


WAKANDA FOREVER

En er lijkt stilaan iets te veranderen. Op 14 februari, middenin Black History Month, bereikte Black Panther onze zalen. Koning T’Challa uit Wakanda, een creatie uit 1966 van Stan Lee en Jack Kirby, is de oudste zwarte superheld die vandaag nog in de media verschijnt, én de eerste zwarte superheld die zijn eigen film krijgt sinds Will Smith in Hancock (2008).


De vier zwarte superhelden uit het Marvel-universum. Van links naar rechts: Falcon (Anthony Mackie), War Machine (Don Cheadle), Nick Fury (Samuel L. Jackson) & Heimdall (Idris Elba).

Tien jaar lang moesten we het stellen met nevenpersonages uit het Marvel-universum als Falcon (Athony Mackie), War Machine (Don Cheadle) en Nick Fury (Samuel L. Jackson). In tegenstelling tot Darwin zijn zij allemaal wel nog in leven, maar net als Darwin worden ze maar al te vaak achtergesteld op hun respectievelijke ‘echte’ (lees: witte) helden. Falcon speelt de grappige sidekick van Captain America, War Machine houdt Iron Man met zijn voeten op de grond en Nick Fury duikt in verschillende Marvel-films op als stoere, doch grappige geheim agent. Ook Heimdall (Idris Elba), de bewaker van Thor's thuishaven Asgard, behoorde tot voor kort tot dit lijstje. Maar hij legde als eerste het loodje - na slechts vijf minuten - in de nieuwste telg van de Marvel-familie, Avengers: Infinity War (2018).


Van die witte helden is in Black Panther geen sprake. Met slechts twee witte acteurs, Martin Freeman en Andy Serkis, lijkt het bijna een omgekeerde wereld. Chadwick Boseman, Michael B. Jordan en Lupita Nyong’o zijn de grote namen die de posters sieren. Ook de regisseur, Ryan Coogler, en veel van de crewleden zijn mannen en vrouwen van Afro-Amerikaanse afkomst. Maar wel met de nadruk op Amerikaans. Want hoewel Black Panther al voor zijn release bejubeld werd door een publiek van alle kleuren, en van alle Marvel-films ooit de meeste presale-kaartjes over de toonbank deed gaan, wordt er ook kritisch gekeken naar de populariteit van Wakanda.


VAN ZAMUNDA NAAR WAKANDA

Wie Blade (1998) met Wesley Snipes en Shaft (2000) aanhaalt als argument dat Black Panther helemaal niet zo revolutionair is met zijn zwarte superheld in de hoofdrol, begrijpt het verschil tussen representatie van Afro-Amerikanen en Afrikanen niet helemaal. Denk maar aan Coming to America (1988) met Eddie Murphy. De link tussen Wakanda en Zamunda, het fictieve land van prins Akeem uit Coming to America, is bijna niet te missen. Murphy trekt naar de Verenigde Staten om niet alleen een mooie, maar ook slimme bruid te zoeken die echt van hem houdt. Die bestaan in Zamunda blijkbaar niet. Wanneer hij in Queens, New York aankomt met zijn bediende, reageren ook Afro-Amerikanen gek op hun aankomst. Volgens hen is Zamunda een primitief en exotisch land waar beschaving en technologie ver te zoeken is.


Hoewel ook deze film uit voornamelijk zwarte acteurs bestaat, gebruiken ze een veralgemeend beeld van Afrika als westers en koloniaal idee. De Afro-Amerikanen in Coming to America hebben een koloniale blik en weinig kennis van de wereld buiten Amerika. Ze zien ‘Afrika’ als een achtergesteld, onderontwikkeld land in plaats van een divers continent.


“Het is alsof enkel Amerika superhelden kan produceren.”

Dertig jaar later zijn we van Eddie Murphy geëvolueerd naar Chadwick Boseman en van Zamunda naar Wakanda. Stukken beter, maar we zijn er nog niet. Want hoewel het fictieve Wakanda volgens het script ergens in Oost-Afrika zou liggen, horen we een eigenaardig dialect uit de mond van koning T’Challa komen. Zijn tongval en intonatie zijn gebaseerd op Xhosa, een bestaand dialect uit Zuid-Afrika. Wat was er mis geweest met een T’Challa uit Kenia of Ethiopië? Telkens wanneer Marvel en DC Comics de Verenigde Staten, het veilige land van oorsprong, verlaten, stuiten we op fictieve regio’s. Het is alsof enkel Amerika superhelden kan produceren, en als Afrika zijn eigen held krijgt, moet hij wel uit een futuristisch en verzonnen Wakanda komen. Dit Americentrisch denken zorgt ervoor dat we nog niet volledig losgerukt zijn van Zamunda en het primitieve beeld dat erbij hoort, maar wel dat er hoop en ruimte voor verbetering is.


Eddie Murphy en Arsenio Hall in Coming to America (1988)

We zijn ondertussen zover dat in veel films niet meer één token black guy voor de komische noot moet zorgen of scenaristen niet meer met een sassy black woman op de proppen komen. Meer zelfs: blockbusters als Black Panther maken van zwarte personages driedimensionale, herkenbare figuren. En dat is voor een groot deel te danken aan de regisseurs, producenten en scenaristen. Ryan Coogler is na Taika Waititi, die Thor: Ragnarok (2017) regisseerde, de enige regisseur van kleur in het Marvel- en DC-universum. De stijging in het aantal people of colour, zij het voor of achter de camera, is bij deze regisseurs opmerkelijk. Denk maar aan Tessa Thompson die de rol van de stoere Valkyrie in Thor: Ragnarok mocht vertolken.


“Afro-Amerikaanse en Afrikaanse kinderen moeten zien dat ze superhelden kunnen zijn in plaats van een slaaf, primitieveling of sidekick.”

Een vrouwelijke superheldin of colour? Bijna ongezien. Want hoewel Gal Gadot als een mijlpaal boven water stond in Wonder Woman, is de Israëlische zo white passing als ze komen. Het enige vrouwelijke zwarte personage is voor Zendaya weggelegd in de sequel op Spider Man: Homecoming. Geen superheldin, maar Mary Jane, het vriendinnetje van de held. Terwijl Scarlett Johansson, Margot Robbie en Brie Larsson binnenkort alle drie hun eigen solo-film krijgen.


En zo is het makkelijk om weer in een karikatuur van de witte held te hervallen. En dat is het allerlaatste waar we naartoe willen. Met het volgende als belangrijke kanttekening: of de held in kwestie nu Chris of Chadwick heet, diversiteit houdt niet op bij wit en zwart – in het hele continent van Afrika worden er wel tweeduizend talen gesproken in meer dan vijftig landen. Om in Black Panther dan een ‘universeel Afrikaans’ Wakanda te creëren, doet af aan die tweede laag diversiteit.


REPRESENTATION MATTERS

Is het dan zo belangrijk dat een superheldenfilm zo focust op diversiteit binnen diversiteit? Ja. Het is meer dan tijd om naast Afro-Amerikaanse, ook Afrikaanse kinderen te laten zien dat ze superhelden kunnen zijn in plaats van een slaaf, primitieveling of sidekick. Daarom is het van belang dat films als Black Panther het grote scherm halen – naast dat het gewoon logisch is, gezien de verkoopcijfers: bioscoopgangers wíllen films als Black Panther zien. De honderden tweets en Instagram-posts van zwarte mensen die in een zorgvuldig uitgekozen Afrikaanse outfit (ironisch gezien vaak met verwijzing naar Coming to America) naar de cinema trekken, zeggen genoeg.


Superheldenfilms waarin zwarte mensen, zij het nu Afro-Amerikaans of Afrikaans, net zo’n belangrijk deel van het team zijn als de witte man, die zijn de toekomst. Als er dan alweer een remake of vervolg op de X-Men-films komt, zal Darwin het dankzij deze boodschap wel overleven.



Dit artikel verscheen eerder op Charlie Magazine.

© 2020 IMAGE