What are we gonna do now?



Het is de meest gehate zin van actrice Reese Witherspoon. Tijdens de Women of the Year Awards in 2015 uitte ze haar ongenoegen tegenover de filmindustrie. Volgens haar worden vrouwelijke personages, net als in het echte leven, nog steeds achtergesteld op hun mannelijke variant, en is het hoog tijd om de vicieuze cirkel te doorbreken.


Kate Winslet in Eternal Sunshine of the Spotless Mind (2004), Judi Dench in Philomena

(2013), Bryce Dallas Howard in Jurassic World (2015), Julia Roberts in Erin Brockovich

(2000), Keira Knightley in Seeking a Friend for the End of the World (2012)… Al deze actrices

mochten de rol van onbekwame vrouw vertolken. Loopt er iets mis, dan keren ze zich

met bange ogen naar de mannelijke held en vragen ze hem om hulp. Zelfs de iconische zin

“Frankly, my dear, I don’t give a damn” uit Gone With The Wind (1939) volgt op Scarlett O’Hara (Vivien Leigh) die smekend vraagt wat ze nu in hemelsnaam moet doen.


De slachtofferrol van vrouwen hangt actrice Reese Witherspoon de keel uit en ook Jozefien

Daelemans, experte op gebied van media en beeldvorming, is er geen fan van. “Die stereotypen bevestigen het idee dat de man de leiding neemt en de vrouw volgt, dat de man actief is en de vrouw passief. Dat draagt dan weer bij tot het idee dat vrouwen ondergeschikt zouden zijn aan mannen en dat ze niet in staat zijn om leiding te geven. Dat kan hen tegenhouden op de werkvloer en hen belemmeren in hun zelfontplooiing. Want als ze in media en films nooit vrouwen de leiding zien nemen, gaan ze dat beeld internaliseren en denken dat het voor hen ook geen optie is.”


Vooral voor jonge vrouwen is het belangrijk om goede rolmodellen te zien op televisie. Want, zo legt Daelemans uit, vanaf twaalfjarige leeftijd sluipen genderhokjes er bij iedereen in. Jammer genoeg moeten ook tienermeisjes het vooral stellen met hulpbehoevende dametjes. Zij krijgen vaak de manic pixie dream girl voorgeschoteld: een personage met een exentrieke persoonlijkheid, dat zich vaak nogal kinderlijk gedraagt. Ze heeft bijna altijd een pixie cut, liefst in een gekke kleur zoals groen of paars. In de verhaallijn doet ze vooral dienst als romantische interesse van de mannelijke hoofdrolspeler, die vaak ongelukkig of depressief is.


“Dat zinnetje is één van de vele dingen die rolpatroonbevestigend werken.”

Zo staat schrijver John Green inmiddels bekend om de prominente rol van dit archetype

in zijn boeken. Looking for Alaska, waarvan dit jaar een miniserie uitkomt op Hulu, heeft in

Alaska exact zo’n personage. The Hollywood Reporter omschrijft haar als “knap, slim grappig, sexy, self-destructive en fascinerend” en “een evenement op zich”. Dat lees je goed, een evenement, geen persoon. Volgens Green was de manic pixie dream girl-verhaallijn als een parodie bedoeld, maar voor het gros van de lezers was dat toch niet zo duidelijk. Hopelijk grijpt hij de kans dat in de serie wél duidelijk te maken.


Ook jongere kinderen moeten het stellen met bitter weinig sterke rolmodellen. Zelfs geanimeerde vrouwen krijgen namelijk dezelfde dialoog toegeschreven. Onder anderen cowboy Jessie uit Toy Story 2 & 3 (1999 & 2010), prinses Anna uit Frozen (2013) en Marge uit The Simpsons (1989- ) vragen hun mannelijke tegenspeler wat hij denkt dat ze moeten doen. En zelfs in films waar vrouwen de hoofdrol spelen, blijven mannen dominant, zo blijkt uit

een onderzoek van The Pudding in 2016. Zij analyseerden 2.000 screenplays om te kijken hoe het zat met de genderbalans. Zelfs in animatiefilms met een vrouwelijk hoofdpersonage,

zoals Mulan (1998) en Frozen (2013) gingen respectieflijk 75% en 57% van de dialoog naar de mannelijke nevenpersonages.


Het gaat dus een stuk verder dan dat ene zinnetje dat zo vaak uitgesproken

wordt: het gaat om de steeds terugkerende verhouding van vrouwen als slachtoffer en mannen als held. Daelemans: “Dat zinnetje is één van de vele dingen die rolpatroonbevestigend werken. Maar zoals curator van het Seksismemuseum Asha ten Broeke zegt: één papiersneetje kan geen kwaad, maar als je elke dag tientallen papiersneetjes krijgt, staan je handen op de duur vol open wonden.” De zin kan voor mannelijke kijkers trouwens ook een grote impact hebben: “De man zit ook vast in dat dwingend patroon, die rol van altijd de leiding moeten nemen, altijd met een oplossing moeten komen. Dat is niet alle mannen gegeven.”



Gelukkig zijn er heel wat mensen aan het werk om iets te veranderen in de filmwereld. Reese Witherspoon maakte haar feministische agenda al duidelijk in de film Legally Blonde

(2001), waarin ze de hoofdrol vertolkt. Hoewel het personage van Elle Woods van in het begin gedoemd lijkt om in de slachtofferrol te hervallen, leert ze uiteindelijk onafhankelijk haar ‘mannetje’ te staan, zonder daarvoor op haar ex-vriend te moeten steunen. Deze revenge of the blonde benadrukt Witherspoon nog eens tijdens haar Women of the Year-speech. “Ik vertelde studiobazen over deze problematiek, en nadat ze even verbaasd waren, veranderden ze van onderwerp. Maar dat kon ik niet. Dit is mijn leven, ik maak als sinds mijn veertiende films. In plaats van het aan een man te vragen, vroeg ik het aan mezelf: what are we gonna do now?”


In 2014 richtte Witherspoon haar eigen productiehuis – Pacific Standard – op. Dat werd twee jaar later deel van het grotere productiehuis Hello Sunshine, dat ze samen uitbaat met Seth Rodsky. Ze staan achter kaskrakers als Wild (2014) en Gone Girl (2014), die allebei een Oscarnominatie kregen, en de tv-serie Big Little Lies (2017- ) die maar liefst acht Emmy’s in de wacht sleepte. In alle producties staan sterke, complexe vrouwen in de hoofdrol – geen slachtoffers, al zijn het ook niet allemaal heldinnen. Maar dat hoeft ook niet. Witherspoon

en consorten bieden het bewijs dat badass vrouwen in de hoofdrol werken. En dat vrouwen

niet de grote held uit hoeven te hangen om interessant te zijn – als ze maar niet het slachtoffer blijven.

© 2020 IMAGE